201719.10
0
0

De ‘Tot Mij Wendde Zich’ advocaat

by in Blog

Vandaag is het precies 8 jaar geleden dat de bekende advocaat en mijn patroon en leermeester Lowik Eykman is overleden. Zoals zijn destijds compagnon Hessel Bouman in zijn in memoriam in het Advocatenblad van 2010 schreef was hij “een van de markantste advocaten uit de jaren zestig tot negentig. En hij was een van de zeldzame – althans in Nederland – advocaten die uitstekend kon pleiten, pleiten zonder verwaarlozing van wat daarbij hoort aan klassieke retorica. Een lid van de Ondernemingskamer herinnerde zich nog jaren later Eykman’s overkoepelend pleidooi uit 1987 in de OGEM-zaak, een indrukwekkend betoog over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. En van zijn DES-pleidooi uit 1990 in feitelijke instantie zijn sporen in het HR-arrest te vinden.

Lowik is echter bij een breder advocatenpubliek bekend geworden om zijn geweldige humor, onder meer door zijn rake “Typologie van Advocaten” (1981)[1], ik was toen derdejaars stagiaire bij Van Doorne & Sjollema. De wat oudere advocaten kennen nog wel enkele van die types: de Enkelspoorders, de Blafkikkers en de Mismoedigen.

Lowik was een taalpurist en beheerste als geen ander de kunst van het woord. Ik herinner me dat hij als voorzitter van de Rotterdamse Kunststichting (RKS) bij een sollicatieprocedure voor de nieuwe stadsarchitect gegadigden die het uiteindelijk niet werden, moest berichten dat ze niet de gewenste positie kregen. Elk van die (toch redelijk groot aantal ) niet uitverkorenen kreeg een geheel op de persoon toegesneden brief, vol met rake tekstuele aardigheden en specifiek op de kwaliteiten van de persoon toegespitste teksten (ik kon ze allemaal horen, Lowik slenterde al dicterende en rokende door zijn werkkamer waar ik in de hoek ook een tafeltje had gekregen). Elke brief was anders, elke brief was uniek. Taal raakt, taal verbindt, taal troost.

Het belang van taal, dat was het mantra dat mij als beginnende advocaat steeds werd voorgehouden. Hij rekende af met openingszinnen als “Tot mij wendde zich..” en de tot lang daarna nog gebruikte afsluiting van een brief met “Hoogachtend, uw dw. cfr” of als het een bevriend advocaat betrof, “Groetend, t.t.”[2]. Eykman: “Zo richt je je toch nooit tot iemand in een gesprek, dus waarom dan wel in een brief? “Mijn cliënt zus-of-zo heeft mij gevraagd u te benaderen met het volgende”. Of: “In een mogelijk geschil met u heeft mijn cliënt zus-of-zo mij om advies gevraagd” kan ook. Talloze variaties die – ook 40 jaar na mijn stage bij Lowik Eykman – de voorkeur verdienen boven de archaïsche, kromme “tot mij wendde zich” openingszin.

Wie schetst mijn verbazing dat bij een recente training van jonge advocaten een van de juristen mij zei dat ze nog steeds deze zin gebruikt in haar eerste aanzeggingsbrief aan een wederpartij. Desgevraagd rechtvaardigde ze dit “omdat mijn patroon dat doet”. Patroon, wordt het niets eens tijd taalmonsters als deze uit te bannen?

Noten

[1] voor het eerst verschenen in het Advocatenblad 1981 “Stijl en omgangsvormen, een typologie van advocaten”

[2] voor de jonge advocaat: t.t. staat voor het Latijnse “totus tuus”, ofwel “geheel de uwe”.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.